- 27 sep
Maak jij je paard rechter — of maak je hem juist schever?
- Michelle Eugène | Horse Academy Expert
Je paard valt op de linkerschouder.
Dus je gaat corrigeren.
Je verplaatst je gewicht een beetje. Stuurt de schouder terug. Misschien zet je wat meer druk in één stijgbeugel. Je verandert iets met je been, je hand of je bovenlichaam.
Je paard reageert.
Jij voelt die reactie.
Dus jij reageert opnieuw.
Je paard ook.
En ergens vijf minuten later zijn jullie samen een complete biomechanische discussie aan het voeren waarvan niemand nog precies weet wie ze begonnen is.
Dus: maak jij je paard op dat moment rechter?
Of ben je hem juist aan het helpen om schever te worden?
Het vervelende antwoord is: dat hangt er vanaf.
Dit is het derde en laatste deel van onze reeks over de ruiterfactor.
We begonnen bij wat je voelt, gingen daarna kijken naar wat je lichaam doet terwijl je rijdt, en komen nu uit bij wat er tussen jou en je paard gebeurt.
→ Recht zitten is niet hetzelfde als recht voelen
→ Niks doen op je paard is misschien wel het moeilijkste wat er is
Jij bent niet recht
In de vorige blogs keken we eerst naar wat je voelt en daarna naar wat je lichaam doet terwijl je rijdt.
En inmiddels weten we één ding zeker: ruiters zijn geen perfect symmetrische Playmobil-poppetjes.
We hebben voorkeuren. Verschillen tussen links en rechts. Een kant die gemakkelijker beweegt. Eén schouder die iets anders doet. Een bekken dat niet noodzakelijk aan beide kanten even soepel is.
Onderzoek vindt die verschillen ook bij ervaren ruiters.
Dus wanneer jij opstapt, verdwijnen je eigen bewegingspatronen niet ineens omdat je voeten in de stijgbeugels zitten. Je neemt ze mee het zadel in.
Slecht nieuws: je paard ook niet
En nu wordt het ingewikkelder.
Want onder dat asymmetrische mensenlichaam loopt geen biomechanisch perfect paard.
Ook paarden kunnen verschillen tussen links en rechts, en individuele bewegingsvoorkeuren hebben.
“Recht” is daarom sowieso een interessant begrip.
Een paard rechter leren bewegen betekent niet noodzakelijk dat we ieder verschil tussen links en rechts eruit moeten trainen.
Het gaat veel meer over het vermogen om in balans te bewegen, beide kanten van het lichaam functioneel te gebruiken en niet voortdurend in één zelfde compensatie vast te zitten.
En vervolgens zetten we daar een ruiter bovenop. Met zijn eigen patronen.
Veel plezier. Doei!
Scheef + scheef = recht?
En ze maken ook niet automatisch één scheef geheel.
Dat is precies waarom onderzoek naar paard en ruiter samen zo interessant is.
In een studie met 80 paard-en-ruitercombinaties keken onderzoekers naar wat er links en rechts onder het zadel gebeurde. En daar kwam niet één handige schuldige uit.
Zowel het paard als de ruiter bleken mee te spelen in hoe de krachten onder het zadel verdeeld werden.
En het maakte ook verschil hoe een ruiter scheef zat. Meer naar één kant hangen met je bovenlichaam had een ander effect dan meer gewicht op één zitbeenknobbel.
Met andere woorden: “de ruiter zit scheef” vertelt je nog lang niet genoeg.
Welke beweging? Waar? Wanneer? En wat doet het paard ondertussen?
De onderzoekers waarschuwden dan ook dat je de beweging van paard en ruiter tijdens het rijden niet zomaar los van elkaar kunt beoordelen.
En eerlijk? Dat maakt het geheel veel interessanter.
Wat je bij de ruiter ziet, is maar één stukje van de puzzel. Beweging, belasting en reactie vertellen samen een groter verhaal.
Maar wie compenseert hier voor wie?
Stel: je paard beweegt links anders dan rechts.
Jouw lichaam voelt dat.
Misschien verplaats je daardoor je bekken. Misschien verandert je bovenlichaam. Misschien gebeurt dat volledig onbewust.
Vanaf dat moment verandert ook wat je paard onder jou voelt. En daar reageert híj weer op.
Dat levert een soort bewegend gesprek op: je paard beweegt → jij ontvangt die beweging → jouw lichaam reageert → daardoor veranderen de krachten die op je paard inwerken → je paard beweegt verder → jij krijgt nieuwe informatie.
En opnieuw. En opnieuw. Iedere pas.
Daarom wordt de vraag “wie is er scheef?” op een bepaald moment bijna komisch.
Misschien ben jij een patroon van je paard aan het compenseren.
Misschien compenseert je paard iets van jou. Misschien versterken jullie elkaar.
Misschien maskeert de ene beweging tijdelijk de andere.
En soms is iets wat eruitziet als één probleem simpelweg het eindresultaat van verschillende kleine dingen die tegelijk gebeuren.
Wie begon ermee?
Soms kunnen onderzoekers een stukje van die puzzel uit elkaar halen.
Er zijn bijvoorbeeld experimenten waarbij onderzoekers bewust asymmetrie bij de ruiter creëerden en vervolgens testten wat er in de beweging van het paard veranderde.
Dat is interessant omdat je daarmee één richting van de wisselwerking gecontroleerder kunt bekijken: verander iets aan de ruiter → kijk wat er bij het paard gebeurt.
En ja: daarbij zijn veranderingen in de beweging van het paard gevonden.
Dat betekent niet dat iedere asymmetrische ruiter automatisch zijn paard “scheef maakt”.
Wél dat wat jij met je lichaam doet niet ophoudt bij je eigen bovenste zadelhelft.
Je paard krijgt die informatie namelijk ook.
Eerst kijken. Dan pas corrigeren.
Je voelt dat je paard naar links valt. Dus je corrigeert naar rechts.
Logisch.
Maar wat als een deel van wat jij links voelt mede ontstaat door hoe jij zelf zit? Of wat als jij juist naar rechts bent gaan zitten omdat je paard links iets anders doet? Of wat als jullie allebei iets doen en je met je correctie één onderdeel verandert terwijl het andere blijft bestaan?
Dat betekent niet dat je vanaf nu niets meer mag corrigeren omdat “alles complex is en we eigenlijk niks weten.”
Het betekent dat observeren vóór corrigeren behoorlijk waardevol wordt.
Niet alleen: Wat doet mijn paard?
Maar ook: Wat doe ík terwijl mijn paard dit doet?
Externe feedback kan helpen om één stukje van het systeem even apart te bekijken. Niet om meteen te beslissen wat “fout” is, maar om beter te zien wat er gebeurt.
“Recht maken” hoeft niet de eerste stap te zijn
Probeer eens een bekend patroon van jullie samen te nemen.
Die moeilijke linkerbocht. Dat aanspringen in galop op die moeilijke kant. Die schouder van je paard die telkens ergens heenloopt. Die ene hand waarin je steeds een langere teugel lijkt te krijgen.
En kijk eens niet onmiddellijk naar de oplossing.
Vraag jezelf eerst af:
Wat gebeurt er bij mijn paard?
Wat gebeurt er tegelijkertijd bij mij?
Verander ik mijn gewicht?
Wordt één been actiever?
Draait mijn bovenlichaam mee?
Ga ik ergens vasthouden?
-
En verandert dat wanneer mijn paard verandert?
Je hoeft daarmee nog helemaal niet te weten wie “begonnen” is.
Dat is misschien ook niet de belangrijkste informatie.
Want: een patroon waarvan je weet dat het bestaat, kun je meenemen in je training.
Een patroon waarvan je niet weet dat het bestaat, rijdt gewoon iedere training met je mee.
Dus: maak jij je paard rechter — of maak je hem juist schever?
Misschien was dat vanaf het begin al de verkeerde vraag.
Misschien is de interessantere vraag: wat gebeurt er tussen ons wanneer één van ons uit balans raakt?
En daarvoor moet je niet alleen leren kijken naar je paard. Je moet ook nieuwsgierig durven worden naar degene die erboven zit.
Jij.
Niet om jezelf overal de schuld van te geven. Wél omdat je onderdeel bent van het systeem.
En precies daarom kan externe feedback zo interessant zijn. Iemand die vanop de grond kijkt. Video. Of een simulator waarop je eens kunt onderzoeken wat jouw lichaam doet zonder dat daar tegelijkertijd een echt paard onder beweegt en op jou reageert.
Niet om je paard uit de vergelijking te halen. Maar om één stukje van die vergelijking eens beter te leren kennen.
Want zodra je daarna weer opstapt, begint het gesprek tussen jullie twee opnieuw.
Waarom dit bij Horse Academy past
Bij Horse Academy kijken we niet naar paard en ruiter als twee losse puzzelstukken.
Jij hebt je eigen lichaam, gewoontes en bewegingspatronen. Je paard ook. Zodra je opstapt, beïnvloeden die twee elkaar voortdurend.
Dat betekent niet dat ieder probleem ineens “aan de ruiter ligt”. En ook niet dat je bij alles wat je paard doet onmiddellijk naar een oplossing moet zoeken.
Soms begint paardbewust trainen gewoon met beter kijken: wat gebeurt er bij mijn paard, wat gebeurt er bij mij — en wat gebeurt er tussen ons?
Over Nadia
Nadia Molenaers is Equitation Science-instructeur en begeleidt bij Horse Academy onze workshops rond houding en zit op de paardrijsimulator bij het Reitenhof.
Tijdens die workshops draait het niet om jezelf in één “juiste” houding te duwen. Nadia helpt ruiters juist onderzoeken wat hun lichaam doet, wat ze zelf voelen en wat er verandert wanneer ze iets aanpassen.
Met de simulator komt daar nog een extra stukje informatie bij: je kunt niet alleen voelen en kijken, maar ook bepaalde aspecten van je zit en beweging zichtbaar maken.
Wil je je eigen zit eens met andere ogen bekijken?
Wat je voelt en wat je lichaam doet, hoeft niet altijd exact hetzelfde te zijn. En dat betekent niet dat je lichaamsgevoel waardeloos is — integendeel.
In Nadia's gratis gids ontdek je waarom je zit verbeteren soms zo lastig is, welke rol gewoontes en compensaties kunnen spelen en waarom observeren vaak interessanter is dan onmiddellijk proberen te corrigeren.
Bronnen & verder lezen
Voor wie graag nog wat dieper graaft: deze bronnen gebruikten we bij het schrijven van dit artikel.
Gunst, S., Dittmann, M.T., Arpagaus, S., Roepstorff, C., Latif, S.N., Klaassen, B., Pauli, C.A., Bauer, C.M. & Weishaupt, M.A. (2019). Influence of Functional Rider and Horse Asymmetries on Saddle Force Distribution During Stance and in Sitting Trot. Journal of Equine Veterinary Science, 78, 20–28. DOI: 10.1016/j.jevs.2019.03.215.
MacKechnie-Guire, R., MacKechnie-Guire, E., Fairfax, V., Fisher, M., Hargreaves, S. & Pfau, T. (2020). The Effect That Induced Rider Asymmetry Has on Equine Locomotion and the Range of Motion of the Thoracolumbar Spine When Ridden in Rising Trot. Journal of Equine Veterinary Science, 88, 102946. DOI: 10.1016/j.jevs.2020.102946.
Krueger, K., Schwarz, S., Marr, I. & Farmer, K. (2022). Laterality in Horse Training: Psychological and Physical Balance and Coordination and Strength Rather Than Straightness. Animals, 12(8), 1042. DOI: 10.3390/ani12081042.