• zondag

De Mythe van Biotine

  • Michelle Eugène | Horse Academy Expert



De Mythe van Biotine
Waarom sterke hoeven meer nodig hebben dan één supplement

Brokkelhoeven, scheuren, een losse wand, gevoelige zolen of hoeven die maar traag lijken te groeien…

Wanneer een paard problemen heeft met zijn hoeven, valt het woord biotine vaak behoorlijk snel. Soms na advies van iemand op stal, soms na een rondje Googelen en vaak ook gewoon omdat op bijna elke pot voor hoefgezondheid in grote letters “BIOTINE” staat.

En helemaal onterecht is dat niet.

Biotine kan wel degelijk een positieve invloed hebben op de kwaliteit van het hoefhoorn. Alleen is er een vrij groot verschil tussen “biotine kan ondersteunen” en “dit paard heeft slechte hoeven, dus het zal wel een tekort aan biotine hebben”.

Was het maar altijd zo simpel.


Eerst even: hoe groeit een hoef eigenlijk?

De hoefwand die je vandaag ziet, bestaat uit verhoornde cellen. Maar die hoefwand wordt wel continu aangemaakt door levende cellen, voornamelijk ter hoogte van de kroonrand.

Tijdens dat proces vormen en verharden die cellen zich tot hoefhoorn. Een groot deel daarvan bestaat uit keratine: een sterk structureel eiwit dat je ook terugvindt in haren en huid.

De hoefwand groeit vervolgens langzaam van boven naar beneden. Gemiddeld gaat het om ongeveer 6 tot 10 millimeter per maand, al verschilt dat per paard en spelen onder andere leeftijd, seizoen, voeding en gezondheid mee een rol. Een volledige hoefwand heeft daardoor al snel negen tot twaalf maanden nodig om uit te groeien.

Wat je vandaag onderaan de hoef ziet, is dus maanden geleden gevormd.

Dat betekent dat ziekte, een periode van onvoldoende voeding of andere lichamelijke belasting later zichtbaar kan worden in de hoef. Alleen kunnen we een hoef niet lezen als een soort dagboek waarin netjes staat wat er wanneer is misgelopen. Een scheur, groeiring of brokkelige wand vertelt ons dat er iets speelt of gespeeld heeft, maar niet automatisch wat de oorzaak daarvan is.

Hoefkwaliteit wordt namelijk niet alleen bepaald door voeding. Ook genetica, hoefverzorging, belasting, ondergrond, leefomgeving en eventuele ziekteprocessen spelen mee.


Biotine werkt dus wél?

Ja, bij sommige paarden wel.

Biotine — bij ons meestal vitamine B8 genoemd en internationaal vaak B7 — is betrokken bij verschillende stofwisselingsprocessen. Het is onder andere belangrijk voor de normale werking van huid en andere verhoornde weefsels.

Onderzoek bij paarden met een slechte hoefkwaliteit laat zien dat dagelijkse suppletie de kwaliteit en hardheid van het hoefhoorn kan verbeteren. De resultaten zijn niet in elk onderzoek exact hetzelfde: in sommige studies nam ook de groeisnelheid toe, terwijl andere vooral een verbetering van de hoornkwaliteit vonden. De effecten werden bovendien pas na maanden zichtbaar.

Biotine is dus zeker niet nutteloos.

Maar het is ook geen bouwsteen van hoefhoorn. Het ondersteunt processen die nodig zijn om gezond hoefhoorn te vormen, maar het lichaam moet nog altijd over voldoende grondstoffen beschikken om dat ook effectief te kunnen doen.

Een metselaar kan nog zo goed werken, als hij niet over de juiste stenen en mortel beschikt, komt er geen stevige muur.


Hoefhoorn wordt opgebouwd uit eiwitten

Omdat hoefhoorn voor een groot deel uit keratine bestaat, heeft het paard voldoende eiwitten nodig. Of eigenlijk: voldoende van de juiste aminozuren waaruit die eiwitten worden opgebouwd.

En daar loopt het soms wat mis.

Een rantsoen kan op papier voldoende ruw eiwit bevatten, maar toch minder goed voorzien in bepaalde essentiële aminozuren. Het totale eiwitpercentage vertelt namelijk niet alles over de kwaliteit van dat eiwit.

Lysine is bij paarden vaak het eerste limiterende aminozuur. Dat betekent dat een tekort aan lysine de aanmaak van lichaamseiwitten kan beperken, ook wanneer er in totaal genoeg eiwit in het rantsoen zit.

Ook methionine is interessant voor de hoeven. Dit is een essentieel zwavelhoudend aminozuur dat het paard zelf niet kan aanmaken. Methionine kan in het lichaam worden gebruikt voor de vorming van cysteïne. Cysteïne helpt bij het vormen van sterke verbindingen binnen keratine, de zogenaamde zwavelbruggen.

Die verbindingen dragen bij aan de stevigheid en samenhang van het hoefhoorn.

Dat wil niet zeggen dat elk paard met slechte hoeven zomaar extra methionine nodig heeft. Voor de meeste afzonderlijke aminozuren zijn bij paarden zelfs nog geen exacte behoeftewaarden vastgesteld. Het gaat dus opnieuw om de kwaliteit en balans van het volledige rantsoen, niet om het blind toevoegen van één stofje.


En dan zijn er nog de mineralen

Naast aminozuren spelen ook verschillende mineralen een rol bij de vorming van gezond hoefhoorn. Vooral zink en koper worden vaak genoemd.

Zink is betrokken bij de vernieuwing van huid- en hoefcellen en bij de aanmaak van keratine. Koper ondersteunt dan weer verschillende enzymen die belangrijk zijn voor de opbouw en stevigheid van weefsels.

Maar ook hier is “meer” niet automatisch “beter”.

Ook de onderlinge balans tussen mineralen telt. Een ruwvoer- of rantsoenanalyse helpt om mogelijke tekorten, overschotten en onevenwichten gericht in kaart te brengen

Zomaar extra koper, zink of andere mineralen toevoegen omdat de hoeven brokkelen, blijft dus een gok. En soms maakt zo’n goedbedoelde toevoeging de balans net minder goed.


Hoe groot is de rol van de darmen?

Darmmicro-organismen kunnen zelf biotine en andere B-vitamines produceren. Alleen weten we nog niet exact hoeveel daarvan het paard daadwerkelijk opneemt en gebruikt.

Een gezonde darmwerking blijft natuurlijk belangrijk voor de algemene gezondheid en voor de vertering en benutting van het rantsoen. Maar de stap van “de darmflora is verstoord” naar “daarom heeft dit paard slechte hoeven” is te groot om zomaar te maken.

Er kan een indirect verband bestaan, maar brokkelhoeven zijn geen betrouwbare test voor de gezondheid van de darmflora.

Ook metabole problemen verdienen wat meer nuance. Insulinedysregulatie en EMS verhogen bijvoorbeeld het risico op hoefbevangenheid. Daarbij worden de gevoelige lamellen binnen in de hoef aangetast. Dat kan zorgen voor pijn, afwijkende groeiringen, een verbrede witte lijn en veranderingen in de hoefvorm.

Dat is iets anders dan een hoefwand die simpelweg wat brokkelig is.

Gevoelige zolen, terugkerende hoefpijn, een veranderende hoefvorm of een opvallend verbrede witte lijn zijn daarom geen problemen die ik uitsluitend met een voedingssupplement zou proberen op te lossen. Dan is verder onderzoek door een dierenarts én een goede beoordeling van de hoeven echt belangrijk.


Goed hoefhoorn kan nog altijd verkeerd belast worden

Zelfs wanneer een paard perfect gevoerd zou worden, kan de hoef nog problemen ontwikkelen door de manier waarop hij belast wordt.

Denk aan een te lange teen, uitlopende wanden, een verstoorde balans of een hoef die bij elke stap opnieuw onder te veel spanning komt te staan. In zo’n situatie kan de wand blijven scheuren of loskomen, ook wanneer de kwaliteit van het nieuw gevormde hoefhoorn op zich best goed is.

Omgekeerd kan een goede bekapping natuurlijk ook geen hoefhoorn herstellen dat door een ernstig onevenwichtig rantsoen van mindere kwaliteit wordt aangemaakt.

Voeding bepaalt mee welk materiaal het lichaam kan bouwen. Hoefverzorging en belasting bepalen vervolgens wat er met dat materiaal gebeurt.

Daarbovenop komt de omgeving. Langdurig natte of vuile omstandigheden kunnen het hoefhoorn zachter maken en micro-organismen meer kansen geven. Ook heel droge omstandigheden, wisselende ondergronden, beweging en de mate van slijtage beïnvloeden wat er uiteindelijk met de hoef gebeurt.

Het is dus zelden óf voeding óf mechanica. Meestal moeten we naar beide kijken.


Waarom lijkt biotine soms niets te doen?

Dat kan verschillende redenen hebben.

Misschien ligt de belangrijkste oorzaak van het hoefprobleem helemaal niet bij de voeding. Misschien bevat het rantsoen onvoldoende kwalitatief eiwit of is de mineralenbalans niet optimaal. Misschien wordt de hoef mechanisch overbelast of speelt er een medisch probleem.

En soms krijgt biotine simpelweg niet genoeg tijd.

Biotine kan bestaand hoefhoorn niet herstellen. Het kan alleen invloed hebben op het nieuwe hoorn dat aangemaakt wordt. Je moet dat nieuwe hoefhoorn vervolgens vanaf de kroonrand helemaal naar beneden zien groeien.

Na enkele weken besluiten dat een hoefsupplement “niet werkt”, is dus erg snel. In onderzoeken werden duidelijke verbeteringen vaak pas na acht tot vijftien maanden beoordeeld.

Dat vraagt best veel geduld. Zeker wanneer je elke dag opnieuw naar diezelfde scheur staat te kijken…


Kijk verder dan de pot biotine

Denk ik dat biotine nutteloos is? Nee.

Het kan bij sommige paarden absoluut een waardevolle ondersteuning zijn, zeker wanneer er al een slechte hoefkwaliteit aanwezig is. Maar ik zou niet automatisch aannemen dat elk hoefprobleem door een tekort aan biotine ontstaat.

Voor sterke en functionele hoeven moeten verschillende dingen samenkomen: voldoende energie en kwalitatief eiwit, een passende mineralenbalans, een gezond functionerend lichaam, correcte hoefverzorging en een belasting die de hoef aankan.

En zelfs wanneer je al die dingen zo goed mogelijk probeert te doen, is het antwoord niet altijd meteen duidelijk. Soms blijft het zoeken en moeten verschillende puzzelstukken één voor één bekeken worden.

Biotine kan één van die puzzelstukken zijn. Maar zelden de hele puzzel. ❤️





Waarom dit past bij Horse Academy

Wij geloven dat goede beslissingen beginnen met begrijpen. Daarom kijken we niet alleen naar brokkelhoeven of een pot biotine, maar naar het volledige plaatje achter gezonde hoeven. Want pas wanneer je begrijpt welke factoren allemaal meespelen, kun je gerichte keuzes maken voor jouw paard.



Over Sofie Eertmans

Sofie helpt paardeneigenaars om verder te kijken dan wat ze aan de buitenkant van een hoef zien. Vanuit haar opleiding aan de Hoofnerd Academy van Anne Schuite bekijkt ze hoefgezondheid als een samenspel van voeding, huisvesting, beweging en een correcte bekapping.





Waar zit bij jouw paard het grootste blinde vlek?


Voeding is maar één van de factoren die de hoeven van je paard beïnvloeden. Ook de huisvesting, ondergrond en bekapping spelen iedere dag opnieuw een rol.

Maar heb jij eigenlijk zicht op hoe die drie invloeden er bij jouw paard uitzien?

Met de gratis Hoefdriehoek breng je voeding, huisvesting en bekapping stap voor stap in kaart. Je ontdekt waar je al een duidelijk beeld van hebt, waar nog vragen zitten en wat je gerichter met je hoefprofessional, dierenarts of voedingsdeskundige kunt bespreken.

Je leert niet om zelf te bekappen en krijgt geen diagnose. Je leert wel bewuster kijken en waardevolle informatie verzamelen.






Je hebt gekeken. Nu wil je begrijpen wat je ziet.

Misschien weet je ondertussen waar bij jouw paard de grootste vraagtekens zitten.

Maar wat betekent die veranderende hoefvorm? Is het bekapinterval te lang? Slijten de hoeven sneller dan ze aangroeien? Speelt het rantsoen mee? Of beïnvloeden verschillende factoren elkaar?

Tijdens de live workshop De Hoef in Focus helpt Sofie Eertmans je om voeding, huisvesting en bekapping met elkaar te verbinden.

Je leert hoefsignalen beter in hun context plaatsen, veranderingen opvolgen en bepalen wat jij zelf kunt doen voor duurzame hoefgezondheid.

Je leert niet om zelf te bekappen of te vijlen. Je gaat wel naar huis met meer inzicht, gerichtere vragen en een concreet plan voor jouw paard.

Gebruik vóór 13 augustus code SUMMER08 en ontvang €20 korting op je inschrijving.




Bronnen

Biotine en hoefkwaliteit

  • Geyer, H. & Schulze, J. (1994). The long-term influence of biotin supplementation on hoof horn quality in horses. Schweizer Archiv für Tierheilkunde, 136(4), 137–149.

  • Buffa, E.A., Van den Berg, S.S., Verstraete, F.J.M. & Swart, N.G.N. (1992). Effect of dietary biotin supplement on equine hoof horn growth rate and hardness. Equine Veterinary Journal, 24(6), 472–474.

  • Reilly, J.D., Cottrell, D.F., Martin, R.J. & Cuddeford, D.J. (1998). Effect of supplementary dietary biotin on hoof growth and hoof growth rate in ponies: a controlled trial. Equine Veterinary Journal, Supplement 26, 51–57.

Eiwitten, aminozuren en mineralen

  • National Research Council. (2007). Nutrient Requirements of Horses: Sixth Revised Edition. National Academies Press.

  • Mok, C.H. & Urschel, K.L. (2020). Amino acid requirements in horses. Asian-Australasian Journal of Animal Sciences, 33(5), 679–695.

  • Spörndly-Nees, E., Jansson, A., Pökelmann, M., Pickova, J. & Ringmark, S. (2023). Chemical composition of horse hooves with functional qualities for competing barefoot. Journal of Animal Science, 101, skad346.

  • Rueda-Carrillo, G. et al. (2022). Preliminary study on the connection between the mineral profile of horse hooves and tensile strength. Frontiers in Veterinary Science, 8, 763935.

Darmgezondheid en stofwisseling

  • Destrez, A., Grimm, P. & Julliand, V. (2019). Dietary-induced modulation of the hindgut microbiota is related to behavioral responses during stressful events in horses. Physiology & Behavior, 202, 94–100.

  • Collinet, A., Grimm, P., Julliand, S. & Julliand, V. (2021). Sequential modulation of the equine fecal microbiota following two abrupt dietary changes. Animals, 11(5), 1278.

  • Liepman, R.S. et al. (2022). Effects of intravenous antimicrobial drugs on the equine fecal microbiome. Animals, 12(8), 1013.

  • Durham, A.E. et al. (2019). ECEIM consensus statement on equine metabolic syndrome. Journal of Veterinary Internal Medicine, 33(2), 335–349.

Ondergrond, vocht en hoefmechanica

0 comments

Deelnemenor login to leave a comment